Geschiedenis

De geschiedenis van Gambia is onlosmakelijk verbonden met die van Senegal en de rest van West-Afrika. Al in de zesde eeuw na Christus was er beschaving in Gambia, maar pas in de veertiende eeuw komt de geschiedschrijving op gang. Een groot deel van West-Afrika behoorde tot het keizerrijk Mail en er was destijds veel handel met de Arabische staten in het noorden. De islam verspreide zich hierdoor, onder andere door de Mandinka, de stam waarvan 40% van de Gambiaanse bevolking afstamt. Zij vestigden zich in de vijftiende eeuw in Gambia.

In 1456 komen de Portugezen aan op James Eiland, vanwaar zij producten uit Afrika insloegen. Ook de slavernij startte in deze periode. Duizenden Gambianen werden verscheept naar Brazilië, waar zij voor Portugese bedrijven moesten werken. De Duitsers, Engelsen en Fransen veroverden beurtelings Gambia en omstreken omdat het onderdeel was van een belangrijke handelsroute.

De Engelsen en Fransen bepaalden in 1886 de huidige grens van het door Engeland overheerste Gambia binnen de grenzen van het door Frankrijk bestuurde Senegal. De onafhankelijk werd in 1965 uitgeroepen, maar het duurde nog tot 1970 voor het land echt onafhankelijk was.